Kinderen op de crèche: wat we moeten weten

 

Dit artikel is tot stand gekomen samen met mijn vrouw Astrid.

Sir Richard Bowlby, zoon van Sir John Bowlby en gerenommeerd wetenschapper op het gebied van emotionele hechting is in Engeland initiatiefnemer van een nationaal debat over kinderopvang. Samen met maar liefst 110 in het Verenigd Koninkrijk werkzame wetenschappers, psychologen, artsen en andere deskundigen stelt hij nu hardop de vraag of kinderen onder de drie jaar wel door anderen grootgebracht zouden moeten worden dan mensen uit de directe en vertrouwde omgeving. Deze groep professionals is tot de conclusie gekomen dat kinderopvang tot 3 jaar schadelijk is voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind en luidt hierover de noodklok.Lees hierover een aanbevelenswaardig artikel via de link onder (1). In Nederland is het vooralsnog betrekkelijk stil rond dit thema. Wij vinden het hoog tijd dat deze vraag nu ook in Nederland wordt gesteld. De wetenschappelijke inzichten met betrekking tot de negatieve gevolgen van kinderopvang zijn de laatste jaren namelijk fors toegenomen, terwijl juist ook het gebruik van kinderopvang is gestegen.

 

Inleiding

Tegenwoordig is het heel gewoon om je kind vanaf drie maanden één of meerdere dagen op een crèche te laten verzorgen. Vader én moeder moeten snel weer aan het werk want er moet ‘brood op de plank’. Maar beseffen we wel wat we doen als we een kind naar de opvang sturen? Wat zijn de gevolgen voor het kind, ook op latere leeftijd? En daarmee voor de maatschappij als geheel en uiteindelijk voor onze wereld?

Om vast te kunnen stellen of we een kind zonder gevolgen naar de crèche kunnen sturen, zullen we goed moeten bekijken wat een kind écht nodig heeft en wat er met hem gebeurt als hij dat niet krijgt. In dit stuk zullen we daarom eerst hierop ingaan om vervolgens te beoordelen of kinderopvang in dit licht bevorderlijk is. Maar ook stellen we de vraag of het thuis verzorgen van het kind dan bij voorbaat zaligmakend is. De conclusies zullen u misschien verrassen maar we zullen besluiten met wat wij zien als de oplossing van de problemen met betrekking tot het geven wat kinderen werkelijk nodig hebben.

Behoeftes van een kind: een urgente en delicate kwestie.

De wetenschap wijst uit dat de behoeftes van kinderen urgent zijn, althans, in hun beleving. Kinderen hebben net als volwassenen niet alleen fysieke behoeftes zoals kleding, eten en onderdak. Ook immateriële zaken als bijvoorbeeld liefde, erkenning, geborgenheid, warmte, ruimte, begeleiding en structuur zijn voor kinderen van fundamenteel belang. Het grote verschil met een volwassene is echter dat het kind niet in zijn eigen behoeftes kan voorzien. Hij is hiervoor afhankelijk van zijn ouder of verzorger en heeft hierin geen keuzevrijheid. Hij kan niet even naar de buren met zijn probleem. Daarnaast is belangrijk dat een kind nog geen tijdsbesef heeft, zeker heel jonge kinderen niet. De situatie lijkt dus eeuwig te duren… Er bestaat voor een kind dus geen enkele relativering op het moment dat hij niet krijgt wat hij nodig heeft: een trauma is geboren.

Bij een trauma denken we over het algemeen aan mishandeling of ernstige verwaarlozing. We moeten de definitie van trauma in dit verband echter veel breder trekken dan dat. Als je bovenstaande informatie over het ontbreken van keuzevrijheid en tijdsbesef namelijk tot je laat doordringen dan is bijvoorbeeld honger hebben en niet gevoed worden, bang zijn en niet getroost worden, het koud hebben en geen dekentje over je heen krijgen, moe zijn en geen rust geboden krijgen etc. een verschrikkelijke realiteit!

Het kind zou dit letterlijk als levensbedreigend ervaren als hij het volledig tot zijn bewustzijn zou laten doordringen. Een kind gaat natuurlijk niet echt dood als hij een kwartiertje later de fles krijgt of niet getroost wordt, maar in zijn beleving is dit dus niet te relativeren.

(Het bewijs hiervoor is geleverd tijdens gruwelijke experimenten in WO II. Baby’s die lichamelijk goed werden verzorgd maar verder geen enkele liefdevolle behandeling kregen, stierven stuk voor stuk binnen het eerste levensjaar. Dit zijn natuurlijk excessen en in de werkelijkheid komt dit zelden voor maar het is veelzeggende informatie: een kind overleeft de waarheid dat hij stelselmatig zonder liefde moet leven niet.)

Psychische afweer

Om de jeugd te kunnen overleven moet een kind daarom het besef dat hij niet krijgt wat hij nodig heeft psychisch onderdrukken. Gelukkig is dit een aangeboren vaardigheid van ieder mens. Dit doen we met behulp van onze ‘psychische afweer’. Analoog aan ons eveneens aangeboren fysieke afweersysteem (dat fysieke bedreigingen uitschakelt), schakelt het psychisch afweersysteem psychische bedreigingen uit. De psychische bedreiging is letterlijk het besef dat je niet krijgt wat je nodig hebt (en dat je er niets aan kunt doen en dat dit nooit zal ophouden, de beleving van het kind dus). Dat besef, het trauma, verdringen we diep in ons onderbewustzijn. Die bewaarplek wordt vervolgens uitstekend verdedigd door de psychische afweer. De afweermechanismen zijn opgebouwd uit verschillende lagen waarvan de afweer Angst de basis is. Het kind verdraait d.m.v. de afweer al dan niet cognitief de waarheid om zo de realiteit te kunnen overleven.

Het goede en slechte nieuws

Tot zover het goede nieuws: dankzij onze afweer overleven we onze kindertijd. We kregen (lang) niet altijd wat we nodig hadden en toch zijn we er nog! Maar helaas is er ook slecht nieuws.

1) de psychische afweer scheidt het kind af van zijn authenticiteit, zijn kern. Een kind dat afweer opbouwt door blootstelling aan psychische bedreigingen, krijgt namelijk in meer of mindere mate te maken met o.a. angst(stoornissen), depressies, minderwaardigheidsgevoelens, perfectionisme, please-gedrag, piekeren, oververmoeidheid, hyperactiviteit, boosheid, woede, agressie, verslavingen en passiviteit. Deze problemen houden rechtstreeks verband met de werking van onze afweer en maken onze kindertijd er niet bepaald leuker op.

2) In de kindertijd heeft de afweer nog een functie maar vanaf de volwassenheid niet meer. We kunnen dan namelijk inmiddels (meestal) in al onze eigen behoeften voorzien, hebben een keuze en goed gevoel voor tijd. Behalve eten, onderdak en wat geld is geen enkele behoefte echt urgent. Helaas blijft de afweer na die tijd toch actief zonder dat we dit zelf goed en wel doorhebben. Dat zit als volgt: de amygdala, het hersenonderdeel dat reageert op gevaar, slaat alarm als deze via onze zintuigen iets detecteert dat gelijkenissen vertoont met het weggestopte trauma. We ‘denken’ zo dat we wederom in gevaar zijn en de afweer schiet ‘te hulp’. Zonder dat we er erg in hebben verkeren we zo heel regelmatig in een staat van afweer. Destructieve gevoelens als angst, depressie, boosheid, stress en verslavingen blijven zo ook na de kindertijd deel van ons leven met alle negatieve gevolgen van dien voor onszelf, onze omgeving en maatschappij.

Ieder mens heeft in meer of mindere mate last van afweer en het is niet gemakkelijk om er vanaf te komen. Het werkt meestal zeer subtiel en vaak identificeren we ons er zelfs mee: “Ik ben gewoon een perfectionist” of “Zoiets moet je me gewoon niet flikken, dan word ik pissig” of “Ik ben nou eenmaal een twijfelkont, dat zit in mijn karakter”. Gelukkig is er een uitweg. Daarover later meer.

Behoeftes, afweer en de crèche.

Door de psychische afweer lijkt het dat kinderen veel aankunnen. Fijn voor de ouders van nu die aan alle verwachtingen op het werk moeten voldoen. Zij kunnen hun kinderen rustig naar de crèche brengen en aan hun carrière blijven werken. Er is echter een addertje onder het gras: hoe langer en vaker een kind iets moet verdringen hoe krachtiger de psychische afweer moet worden en hoe groter de kans wordt dat een kind (en later als volwassene) last gaat krijgen van de genoemde problemen.

Het is dus van eminent belang zoveel mogelijk te proberen tegemoet te komen aan de natuurlijke behoeften van het kind. Een kind naar de opvang sturen is hiermee eigenlijk onverenigbaar. Het alleen al ervaren dat je vader en moeder jou achterlaten bij een persoon die in eerste instantie onbekend is, is een trauma dat verdrongen moet worden. Het komt immers niet tegemoet aan de behoefte aan veiligheid, zekerheid en geborgenheid.

Daarnaast is de situatie op een crèche zodanig dat onmogelijk aan alle behoeften van de baby of het kind kan worden voldaan. Ook al zijn de leidsters (die meestal heel hard hun best doen!) gevoelig voor de behoeftes van de kinderen, dan nog kunnen ze hier niet altijd gevolg aan geven. Dat is onmogelijk wanneer drie leidsters 12 baby’s (de minimale norm voor babygroepen in Nederland) een hele dag moet verzorgen. Er zijn dan gewoonweg niet genoeg handen! Overigens is ook al lang en breed aangetoond dat een baby die huilt onmiddellijk een verhoogd cortisol-gehalte heeft en dat deze verhoging schadelijke invloed heeft op de zich razendsnel ontwikkelende hersenen. Hoe langer het huilt, hoe groter de schade. Aangenomen mag worden dat thuis vaker snel op een huilende baby wordt gereageerd dan op de opvang.

Als je daarnaast kijkt naar de hechtingstheorieën (o.a.Bowlby) kun je veilig stellen dat jonge kinderen behoefte hebben aan één primaire en enkele secundaire hechtingsfiguren (bijv. opa en oma). Meer niet. Dit moeten uiteraard steeds dezelfde personen zijn en daar is in de kinderopvang geen gelegenheid toe door veelal wisselend personeel en parttime werkende leidsters.

Zelf heb ik (Astrid) tijdens mijn studie op een crèche gewerkt en ik weet uit ervaring dat de baby’s niet altijd de gelegenheid kunnen krijgen te eten, te slapen en te spelen op het moment dat zij daar behoefte aan hebben. Hoe hard er ook gewerkt wordt.

De opvang is voor de beleving van een kind dus vaak een heel bedreigende omgeving. Hij zal zijn afweer hard nodig hebben om daarmee om te gaan.

Socialer door de opvang?

Een veelgehoord opvatting over kinderopvang is dat het kind er socialer van zou worden. Helaas is dit een misvatting. Een kind is namelijk pas vanaf een jaar of 2,5 – 3 in staat om empathische vermogens te ontwikkelen. Pas vanaf die leeftijd kan er dus voor het eerst sprake zijn van bewust samen zijn of spelen; tot dan kúnnen ze er niet veel socialer van worden. Het is natuurlijk wel leuk om kinderen met elkaar in contact te laten komen en ze zijn zich natuurlijk wel bewust van elkaars aanwezigheid, ook vóór de leeftijd van 2,5. Maar het is zeker niet noodzakelijk het kind hiervoor naar de crèche te brengen; kinderen kunnen ook thuis gemakkelijk met elkaar in contact worden gebracht.

Als tegemoet wordt gekomen aan de werkelijke behoeften van een kind in iedere fase van zijn ontwikkeling zul je zien dat een kind vanzelf sociaal zal worden, met oog voor de behoeften van een ander en voor die van zichzelf. Dat is namelijk onze natuurlijk staat van zijn. Het is door onze psychische afweer dat we daar zo ver van af komen te staan.

Je kind zelf verzorgen anno 2011.

We gaan in dit artikel bewust uitsluitend in op het belang van het kind en niet op de overwegingen die ouders hebben om kinderen naar de opvang te sturen. Die zijn er natuurlijk ook. Het is in deze tijd niet gemakkelijk de keuze te maken je kinderen thuis te verzorgen, ook als je dat wél zou willen. Maar als ouders beter geïnformeerd zijn over de effecten van de crèche op het kind zal vaker worden gezocht naar andere oplossingen. Moeilijk? Ja. Mogelijk? Jazeker. Tijdens de zwangerschap van ons kind hebben wij menig uur samen op de bank doorgebracht. Met hoeveel salaris kunnen en willen we rondkomen en wat zijn we dan bereid op te geven aan extra’s en luxe? En hoe voelt het om onze carrières op een laag pitje te zetten? Moeilijke vragen maar de antwoorden kwamen vanzelf toen we ons de hamvraag bleven stellen: wat is er nou écht belangrijker dan het welzijn van ons kind?

Zelf aan de slag!

Oké, en dan besluit je dat je kind niet naar de opvang gaat en ben je thuis met je baby. Maar dan ben je er volgens ons nog niet. Het goed aanvoelen van wat een kind nodig heeft en daar vervolgens ook naar handelen is namelijk niet vanzelfsprekend voor de meesten van ons. We zijn allemaal grootgebracht door ouders die ons in meer of mindere mate niet konden geven wat we nodig hadden en dus hebben we allemaal afweer moeten opbouwen. Deze afweer verhindert ons op onze beurt ervan om onze kinderen te geven wat ze nodig hebben. Wat wij zelf niet kregen en hebben moeten onderdrukken blijkt in de praktijk per definitie een blinde vlek te zijn geworden. Zo hebben we te maken met een vicieuze cirkel waarin we generatie op generatie de pijn doorgeven. Als je dit als ouder wilt doorbreken is het noodzakelijk naar je eigen afweer te kijken en daar vervolgens mee aan de slag te gaan. Een zeer geschikt instrument naar onze ervaring hiervoor is PRI – Past Reality Integration. Meer info hierover aan het eind van dit artikel.

Zolang een ouder dus niet of nauwelijks zijn eigen bagage boven tafel heeft, zal thuis voor het kind zorgen dus ook niet lukken zonder het kind veel afweer te laten opbouwen. Een kind dat niet naar de crèche gaat maar thuis wordt verzorgd zal dus ook zeker niet in alle gevallen beter af zijn. Wel kunnen we vaststellen dat een kind op de crèche gemiddeld genomen vaker niet in zijn behoeftes zal worden voorzien dan thuis. Het is daarom van groot belang dat we dit als ouder en uiteindelijk ook als maatschappij onder ogen gaan zien. De ouder zal innerlijk werk moeten doen als deze zijn kinderen zoveel mogelijk wil begeleiden zonder blinde vlekken en vanuit een liefdevol hart. Daarnaast zien wij een rol voor de overheid om ondersteunende maatregelen te treffen op het gebied van bijvoorbeeld soepele arbeidsvoorwaarden, looncompensatie voor ouders die minder gaan werken om voor de kinderen te zorgen, wetgeving om de kwaliteit van kinderopvang te verhogen en het begeleiden en informeren van (aanstaande) ouders. Zie de noot onder (2) voor meer ideeën hierover.

Tot slot

Veel van wat wij schrijven baseren wij op het werk van Ingeborg Bosch, psychologe en schrijfster van enkele baanbrekende boeken over het door haar ontwikkelde instrument Past Reality Integration- PRI (3). In haar boeken verwijst ze naar talloze onderzoeken en bronnen die PRI tot een valide instrument maken. Wij hebben haar werk uitgebreid bestudeerd en na een traject bij een PRI-therapeut passen wij de principes toe in ons dagelijkse leven.

Kort gezegd is PRI een ‘way of life’, een bewustzijnsleer. Het helpt je bewust te worden van hoe en wanneer je verstrikt raakt in afweermechanismen en het geeft de tools die helpen bij het ontmantelen ervan. Je krijgt daardoor toegang tot de verdrongen realiteit en de bijbehorende oude pijn die jouw afweer nodig maakte. Door integratie van de oude realiteit in je bewustzijn wordt de afweer overbodig en beleef je het leven steeds meer in het hier en nu, vanuit je hart en in verbinding met jezelf en de ander.

  1. http://www.natuurlijkouderschap.org/te-vroege-kinderopvang-schaadt-voor-het-leven/comment-page-1/#comment-6142
  2. Hoofdstuk 7 van het boek “De onschuldige gevangene”, 2007, Ingeborg Bosch.
  3. www.pastrealityintegration.com

 

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | 12 reacties

Controle-issues?

De situatie waarin de wereld zich momenteel bevindt, en dan de financiële situatie in het bijzonder, vormen de aanleiding in de pen te klimmen, of beter: te gaan bloggen!

Mijn gedachten over de situatie waarin de wereld zich momenteel bevindt, en dan de financiële situatie in het bijzonder, vormen één grote bonte verzameling. Dat past nooit allemaal in 1 blog. Daarom belicht ik er hier eentje, en hij gaat over controle.

Sinds ik werk voor een groot ministerie mag ik van dichtbij meemaken hoe de politiek werkt en hoe een grote (ambtelijke) organisatie draait. Gaandeweg ben ik me er stiekem voor gaan interesseren. Ik ben gaan observeren en “dingen” gaan zien. Want zo werkt dat: als je gaat observeren, ga je dingen zien. Cruijff had het niet beter kunnen zeggen.

Hoe dan ook, wat ik ben gaan zien is een interessante paradox.

Enerzijds zie ik dat iedereen overal voortdurend bezig is met problemen. Iedere activiteit is gericht op een probleem: ofwel op het oplossen ervan, ofwel op het voorkomen van (nog meer) problemen. Schokkend eigenlijk maar welbeschouwd is het zo.

Anderzijds – en daar komt de paradox – ik zie iedereen echt zijn best doen. Ik zie integere mensen die proberen hun werk zo goed mogelijk te doen. Vooruit, bij een enkeling heb ik twijfels maar het overgrote deel doet zijn best, wil goed werk afleveren. We overleggen, maken afspraken, planningen, begrotingen, we monitoren, wegen belangen af enz. enz. en dat allemaal zo goed mogelijk. Maar toch, we bevinden ons in een constante staat van problemen. Dat is toch gek: we doen de hele tijd ons best om problemen op te lossen of te voorkomen, maar we zitten toch de hele tijd in de problemen. We doen iets niet goed, lijkt me.

Een ‘probleem’ is in wezen non-existent. Het bestaat niet. Net als ‘toeval’. Iets wordt pas een probleem (of je noemt iets toeval) door het perspectief dat iemand inneemt. Ga maar na. Vaak proberen managers of veranderingsgoeroe`s jou een ander perspectief op te dringen en dan noem je een probleem ineens een uitdaging of een kans. Goed, een probleem is dus – net als toeval – een subjectieve waarneming van de feiten of een persoonlijke ervaring. En dat is interessant. Want als het subjectief en persoonlijk is, is het dus van jou, en niet objectief! Als het van jou is, heb je ook de kans er wat aan te doen. En wat is dat dan? Nou, bijvoorbeeld kijken naar je controle-issues. Controle-issues?

Ja, want ons best doen komt meestal voort uit controle-issues. Auwch!

We ervaren problemen wanneer de dingen anders lopen dan we wilden of wanneer situaties dreigen die we niet willen. We willen niet dat banken omvallen. We willen niet dat landen failliet gaan, we willen geen recessie. We willen onze macht behouden, we willen rijk blijven, we willen dat overeind blijft waar we bekend mee zijn. Dus omdat we dingen op een bepaalde manier willen, ervaren we problemen wanneer het anders loopt. We zetten alles op alles om ervoor te zorgen dat de dingen gaan zoals we willen. Met ander woorden, we gaan controleren. Dreigt het mis te lopen, dan sturen we uit alle macht bij. Vaak zal het niet zo lijken omdat je denkt toch echt met de beste intenties bezig te zijn. Maar in wezen komt het hier wel op neer. We controleren om te voorkomen dat de dingen anders lopen dan we willen.

Onze obsessieve controledrang werkt, hoe goed bedoeld ook, uiteindelijk niet. De situatie waarin de wereld zich momenteel bevindt, en dan de financiële situatie in het bijzonder, mogen dit onderstrepen. We doen zo ons best om de crisis te beteugelen, maar het werkt niet.

In de stroom die het leven is past geen controle. Het is ons onvermogen met die stroom mee te gaan. Wij zijn het die ons verzetten tegen wat is. De wereld zou er heel anders uitzien wanneer we deze waarheid tot ons zouden laten doordringen en zouden werken aan de opgebouwde dammen in onszelf die de stroom tegenhouden. Want mensen, dat kan! En dat kan ook zonder te vervallen in totale apathie van “het dondert allemaal toch niet” en “ik moet toch met de stroom mee?”. Hoe? Daarover in een volgend blog.

Aside | Geplaatst op door | 1 reactie

Eerste blog ooit

Dit is `m dan, m`n eerste blog. Dankzij de inspirerende workshop van Webwijs over social media heb ik nu ineens een blogaccount bij WordPress. Waarvan akte!

Wie weet waar dit toe gaat leiden? Vreugde, ellende, zonneschijn, aardbevingen, zomervakanties, kabinetscrises, regenbogen, verdoemenis of verlichting? Alles is mogelijk. Goh, bloggen is net het echte leven.

Waarvan akte.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties